Het is een marathon en geen sprint

In mijn vrije tijd doe ik aan atletiek. Lang geleden sprintafstanden: 400 meter en 400 meter horden, tegenwoordig langere afstanden: 15 km en verder.

De aanpak van de 400 meter is niet wezenlijk anders dan die van een marathon. Voor het beste resultaat gaat het om gaat het om het op peil houden van de benodigde energie voorraad.

Je gaat in een goed tempo weg om aan het eind niet te verzuren (sprint afstand is anaerobe inspanning). Bij de marathon is er sprake van een aerobe inspanning en gaat het om het op peil houden van je koolhydraten en optimaal gebruik te maken van deze energie bron in combinatie met de vetverbranding

Om langere afstanden en met name de marathon goed te kunnen uitlopen is het van belang dat je dat op een evenwichtige manier doet. Je moet zuinig met de energie voorraad om gaan om de afstand tot een goed einde te brengen. Anders staat er met zekerheid na zo’n 30 km een man met een hele grote hamer op je te wachten.

Twee belangrijke factoren om dit te voorkomen zijn een zo gelijkmatige snelheid (cadans) aan houden en jezelf op tijd van voldoende energie voorzien om deze snelheid te kunnen vasthouden.

Daarnaast is die 42 k ook gewoon een rot eind dus ik knip de afstand voor mezelf op in behapbare brokjes. Omdat je tijdens een marathon moet eten (anders is de tank leeg ruim voor de finish leeg) neem ik iedere 6 km een gelletje. Een mooie indelingseenheid.

De cadans (aantal minuten / kilometer)  die je wilt aanhouden bepaal je al voor de wedstrijd of eigenlijk al in het begin van je voorbereiding. Vanaf de start ga je direct op dit tempo lopen. In het begin een uitdaging omdat je het tempo natuurlijk makkelijk kunt volhouden. Het is verleidelijk om harder te lopen, maar daar ga je later geheid voor betalen. Aan het eind is het tempo nog steeds een uitdaging omdat je steeds meer moeite krijgt om het tempo vast te houden. In het ideale geval kun je in het laatste deel nog iets versnellen en maak je optimaal gebruik van je energievoorraad.

Na een paar marathons krijg je meer inzicht in je eigen mogelijkheden en je kunt steeds harder (een hogere cadans aan) maar er is een limiet aan je fysieke capaciteiten.

Dat geldt natuurlijk voor een goed agile team. Je bent bezig met sprints maar die vormen een onderdeel van een marathon. Vaak ook nog van een onbekende lengte. Er is nog ruimte voor verbetering maar er komt een moment dat je in de buurt komt van de optimale cadans van je team.

Of die perfecte race er gaat komen. Geen idee. Maar regelmatigheid in trainen en uitvoering brengt dat wel dichter bij